Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33a

GESCHIEDENIS

Wil. t. KM

pi III,

Vervuld met dien ijver, en door den drank aangezet, meenden zij den Vaderlande den grootden dienst te zullen doen, als zij 't zelve verlosten van eenen Staatsdienaar, dien zij voor een Schelm en Landverrader hielden , waarom zij hem opgewagt en dus mishandeld hadden. Drie hunner redden zich met de vlugt; maar de jongde derBroedeten, Jacob de Graaf , werd gevat. Hij bekende handdaadig te weezen aan het ftuk, en gaf alleen voor reden , dat hij van God verlaaten was. Het Hof van Holland veroordeelde hem, om onthalsd re worden, met verbeurtenis zijner Goederen, als fchuldig aan de misdaad van gekwetste Hoogheid.

Gelukkig waren de wonden, den Raadpenfionaris toegebragt, niet doodlijk, en hij vondt zich in ftaat, om zich optebeuren, en alleen na huis te gaan. Van dit voorval gaf hij, des volgenden daags, met eenen Brief, kennis aan de Staaten van Holland, hun teffens berigtende, dat de wonden, fchoon niet doodlijk gekeurd, hem beletten, zijn dienst voor eenigen tijd waarteneemen. Sterk werd hij aangezogt, oin vergiffenis te verzoeken voor een jong Heer , door verkeerden ijver vervoerd tot een zo roekloos beftaan. 't Zou buiten twijfel een trek van grootmoedigheid in de Witt geweest zijn, voor hem genJ verzogt, en eene regtvaardigheid in de Staaten, dezelve geweigerd te hebben. Te vergeefsch hieldt men hem voor oogen, hoe roemrugtig eene daad het zou zijn, het leeven te redden van iemand, die hem het zijne had^t willen berieemen; dat hij door dit blijk

van

Sluiten