Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DZR NEDERLANDEN. ssr

van zagtmoedigheid de harten des Volks , thans van hem vervreemd, weder tot zich kon trekken: hij gaf ten antwoord, „ dat men het Regt zijn vrijen loop „ moest laaten, dewijl de hoop op ftrafloosheid alleen kon ftrekken, om de boosdoenders in aantal en ftoutheid te doen toeneemen. Het Volk haat „ mij zonder reden, en ik zoek de genegenheid van „ 't zelve niet weder te winnen door een ftap , die „ alle Amptenaaren in leevensgevaar zou kunnen „ brengen, en door mijne Vijanden veeleer als een blijk van mijn» zwakheid dan van mijne groot-

„ moedigheid zou aangezien worden." De

fchuldige betuigde berouw , erkennende God gebeden te hebben , de zaaken derwijze te beftuuren, dat hij zelve omkwame , indien de Raadpenfionaris niet aan verraad fchuldig was. Een Leeraar, die hem in de gevangenis bijgeftaan hadt, gaf eerlang een verhaal van de laatfte oogenblikken en den god* vrugtigen uitgang des geftraften ; 't welk, fterk verkogt, een fchadelijken indruk maakte. De Vrienden van het fluts van Oranje beklaagden zijn lot , en merkten hem aan als een Martelaar voor de belangen van 't zelve. De Staaten van Halland deeden vijfduizend Guldens belooven aan elk , die een der handdaadigen aanbragr, en fchreeven aan den Prins en de Veldmarfchalken, opdat men 'er na zogte onder het Krijgsvolk : niet duister te verftaan geevende , dat zij zich daar bij verfchoolen hielden. Vast gaat het, dat zij welhaast te voorfcbijn traden, toen de Partij, die zo lang geageerd hadt, allen inC 2 vloed

WlLtESC DE III.

Sluiten