Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33a GESCHIEDENIS

DE 111.

De Raad-

petfiona' ris verdeeaigtzich.

vloei kwijt was. Borrebagh bleef in 'c bezit van zijn Postmeesterfchap , en zijn Zoon kreeg het naa zijn overlijden; waar uit men heeft opgemaakt, dat die Moordenaars begunstigd wierden door Regenten , die groot gezag in den Staat hadden (*).

De toeleg op het leeven der beide Broederen , zo bijkans gelijktijdig, verwekte een fterk vermoeden, dat beide die moorden voorshands opgeftemd warens een vermoeden, verftcrkt door verfcheidebijkomende omftandigheden. De eer der Regenten van den Laevefteir. fchen Aanhang werd in veele fchot- en fchunpfchriften vinnig aangetast. De Raadpenfionaris , die ten hoofddoel des lasters firekte , was lang gewoon het ftilzwijgen aantemerken als de beste verdeediging, en hieldt het daar voor, dat, in een tijd, wanneer de Wetten met voeten getreeden , en de misnoegden tot opftand aangeruid wierden, Orenge nafpeuringen alleen zouden dienen om den haat optewekken , en den nijd nog bet te verbitteren; maar in 't einde ziende, dat de laster meer en meer velds won, en dat onkunde en kwaadwilligheid zijn ftilz wijgen aan onvermogen, om zich te kunnen verdeedigen, toefchreeven, oordeelde hij, zijne verdeediging niet langer zonder gevaar te kunnen uitbellen: bovenal voelde hij zich getroffen door een gefchrift, ten tijtel voerende : JVaarfchouwing aan alle edel-

tnoe-

(*) Heil. Merc. 1671. bl. 87. 88. Refol. Heil. iö>a. bl. 168- Samson, Mtft. de Guill. UI. Tom. IV. p. 26,1. Basnagï, II. p. 202 &c.

Sluiten