Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33S

GESCHIEDENIS

Willem de Hl.

ze raad hem behaagde, en hij alleen na gelegenheid wagtte, om dit te kunnen doen met toeftemming der Staaten. Daar is 'er die fchrijven, dat de Prins hem toen in zyne Partij zogt overtehaalen. Eenige geeven voor, dat Willem hem deedt belooven, dat hij zijn gezag zou behouden, als hij zich naar zijne inzigten wilde fchikken ; doch dat DE Witt , onwrikbaar vast op zijne beginzelen, het niet van zicli kon verkrijgen, tegen zijn eigen inzien te handelen, zulks aflloeg, en dus het eenig middel, 't welk hem ftaande kon houden , van de hand wees. Anderen Willen, dat de punten van verzoening reeds waren Opgefteld; maar dat Lieden, die in 's Prinfen gunst ftonden, hem beletten dezelven te tekenen, uit vreeze van den voet te zullen geligt worden door een zo bekwaam Staatsdienaar (*). Wat 'er ook vau beide deeze vernaaien zijn moge, zij fchijnen weinig te ftrooken met de ftaatkunde van Willem den III. Zoit iemand, van dat chararJïer, een Man, dien hij voor zijnen grootften vijand hieldt 0 aangezogt hebben? Men zondert altoos de Hoofden eener Partij uit, wanneer men aan de minderen genade bewijst : en, als men deeze uitzondering niet kan maaken , ftaat men hun voorwaarden toe , welken men befloten

heeft niet natekomen. De Raadpenfionaris,

het onweer tegen hem en zijn Huis van alle kanten

ziende

(*) Basnage , II. p. 298. 307. WicojfeoRT, Liv. XXI. Van der Hoeven, Zeeven van de JVitt, II, D. bh 390, Samson, II. p. 385,

Sluiten