Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34*

GESCHIEDENIS

Willem de III.'

hadt de vrijheid van gaan en keeren : ook kreeg hij verlof na huis te trekken, zo hij voorgaf, om nader bewijs te haaien. Het leedt tot den zesden van Oogstmaand, eer hij wederkwam. De Witt werd in de Voorpoorte van den Hove in nauwer bewaaring gebrngt, en het fterk aanhouden dgr Regeeringe van Dordrecht deedt ook Tichelaar daar plaatzen. Die Stad beklaagde zich over de fchennis haarer Voorregten in het weghaalen eens Burgers , om hem elders te regt te ftellen : bovenal , dat dit gefchiedde, op het aanbrengen van eenen eerloozen Knaap, omtrent een Burger, die de Burgemeesterlijke Waardigheid, en, ten dienste des Lands, degewigtigfte posten bekleed hadt.

Zeer vergrootte de algemeene verbaasdheid over dit. opligten des Ruwaards , wanneer de befchuldiging, tegen hem ingebragt, bekend weid. Tichelaar, verklaarde , den zevenden van Hooimaand diens jaars ten huize van den Ruwaard gekomen te zijn, om hem over zeker geding met den Heer en Schout van Piershil te fpreeken , doch uitgeftejd werd tot den volgenden dag : dat hij toen den Ruwaard, te bedde liggende, gezien engefprokenhadt, die hem beloofde, inliet geding behulpzaam te zijn, mits hij zich verbondt, om den Ruwaard ook zekeren dienst te doen : dat Tichelaar, zich hier toe bereid getoond hebbende, de Ruwaard hem, met veel omflags van reden , hadt voorgehouden , ,, dat de ,, Prins nu Stadhouder geworden was, en dat men „ niet rusten zou, eer men hem Souverein gemaakt

„ hadt;

Sluiten