Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 353

de Beul, die, in 't eerst, bekende , den Ruwaard zwaar gepijnigd te hebben , naderhand, op last van zeker Heer, li&t verluiden, dat de pijniging niets om 't lijf gehad hadt , en hij dezelve wel om een glas wijns wilde uitfiaan, heeft hij, weinig maanden laater, op zijn doodbedde , een Brief aan 's Ruwaards Weduwe gefchrecven, waar in hij vergiffenis verzogt wegens het geen hij haaren Man hadt aangedaan: teffensverklaarende, geene pijniging aan hem gefpaard te hebben (*).

De Heeren van het Hof, geene bekentenis uit den mond des Gevangenen kunnende haaien , wilden, nogthans, hun voorneemen, om hem te veroordeelen, volvoeren; dan vonden zich zeer verlegen, welk eene misdaad men in zijne Sententie zou ftellen. Over dit onderwerp raadpleegende, bragt de Griffier Admaan Pots in 't midden, dat'er voorbeelden van veroordeeling waren, zonder bekentenis derfiefchuldigden , of het uitdrukken va» de misdaad in de Sententie. Buiten twijfel oogde hij op de Sententien van Uitenbogaard en Tresel , in 'tjaar MDCXIX. uitgefproken. Schoon deezen niet van het Hof, maai door gedelegeerde Regters geweezen waren , behaagde dit voorbeeld , en men maakte, den volgenden dag, eene Sententie op, van woord tot woord lui' dende:

'T Hof van Holland , gefien ende geëxami,, neerd hebbende de ftukken ende munimenten , bij

den

(*) Wagenaar, Faderl.Hift. XIX. bl. 153.

»5

Willem de III.

Sententie over

Cornelis ds Wrrr.

Sluiten