Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35 6

GESCHIEDENIS

Willem

de III.

Tiche-' Laar aangezet,om het Volk tegen da Broeders aamehic zen.

vergeleeken bij die van Pilatus : Ik vind geen fchuld in deezen Menfche. Ik zal hem dan kastijden , en loslaaten. Men zou 'er hebben kunnen bijvoegen, dat het voorbeeld deezes Landvoogds ook daar in gevolgd wierd, dat men een itraffchuldigen Barrabas in vrijheid (telde.

Tichelaar ontfloeg men, zonder eenig merk van fchande op hem te doen kleeren , als een Aanklaager, die te kort Ichoot in zijne befchuldiging te kunnen goedmaaken. Eén der Regteren , Mr. Aelbrecht Nierop, droeg zorg, om hem te verwittigen , ., dat, daar men 't niet verder hadt kunnen

brengen, dan dat de Ruwaard gebannen zou wor„ den, hij nu buiten gaan moest, en het Volk op„ hitzen, om zulk een Schelm, die den Prins hadt „ willen vermoorden , van kant te helpen." Met bijvoeging, „ dat men hem immers niet losgelaaten „ zou hebben, zo hij den Ruwaardvalschlijk aange„ klaagd hadt; doch dat 'er meer aan 't fchehnftuk „ vast waren, die men hadt willen verfchoonen."

Wel ras liep het gerugt van 't Vonnis door den Haag. Het Volk befchuldigde de Regters van te veel zagtheids omtrent den Gevangenen : en men verfpreidde, dat het één der regelen was van den Loevejleinfchen Aanhang, om de misdaaden niet dan met Ballingfchap te ftraffen. Oproerkraaijende Briefjes waren 'er geftrooid en aangeplakt: zij noodigden liet Volk na de Gevangenpoort , om den Verraader iran 't Land, 's Prinfen Vijand, loon naar werk te doen mtvangen: één, aan de Kerkdeur geplakt, luidde:

Lu-

Sluiten