Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S5S GESCHIEDENIS

WlT.LEM DE UI.

wordt gezegd, dat hem voor oogen hieldt: „ Ik kan „ niet begrijpen, dat de Ruwaard u door eene Dienst„ maagd zou laaten ontbieden. Wilde hij u fpree„ ken, dan zou hij u dit wel door iemand anders „ laaten weeten. Dat ftaat mij niet aan. Wilt gij „ wel doen, onderzoek eerst, of het waar zij: daar is ,, nog tijds genoeg , om 'er na toe te gaan." Dit was de taal der Voorzigtigbeid, maar de Broederliefde hadt bij de Witt de overhand. Hij vertrok, doof vcor alle raadgeevingen , en liep het deerlijkst lot in deii mond : het wapenfchild zijner onfchuld, waar op hij vertrouwde , kon hem niet beveiligen. Zijn grijze Vader vondt zich bijkans in 't zelfde onheil ingewikkeld. Terwijl de boodfchap aan den geweezenen Raadpenfionaris gedaan Werd, zat hij in den Tintin, agter het Huis, te leezen ; en , verneemende , dat deeze vertrokken was, nam Hij 't eenigzins kwaalijk; verklaarende, zijn Zoon gaarne na den Gevangenen te hebben willen vergezellen. Doch het leedt niet lang, of deeze Grijsaard vernam het fchriklijkst, 'tgeen een Vader kan verneemen van Zoonen, die zijnen Huize ten cieraade geftrekt hadden, en op wélken hij mogt roemen.

Joan de Witt , aan de Gevangenpoort gekomen, vroeg aan de twee Burgers , die hij daar vondt , of zij niets gehoord hadden? begeerende, buiten twijfel, uit hen te verneemen wegens het Vonnis van den Ruwaard. Dan hij kreeg alleen een norsch neen totbefcheid, en zij lieten hem ongemoeid ter Voorpoorte ingaan. Nauwlijks tradt hij bij zijn Broeder in de

ge-

Sluiten