Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 363

Omtrent den middag liep 'er een gerugt , dat de beide Broeders ontkomen waren. Om hetzelve te Ruiten 5 liet men tien of twaalf Burgers boven en in 't Vertrek komen , waar zij de Broeders vonden. Dit voldeedt het Graauw niet: twintig of dertig uit hetzelve moest men toeftaan, dat het met eigen 00gen zich overtuigde van de waarheid , door de Burgers vermeld. De naaste Huizen bleevert niet onbezogt, om te verneemen of'er door dezelven ook kans ter ontvlugtinge ware. En , opdat zij , ergens uitkomende, geene lijfberging zouden vinden, plaatste zich een Metzelaar roet zijn roer op het dakderPoor* te, met oogmerk, om, als zij het 'er buiten waagden , te fchieten.

Terwijl de Broeders aan tafel zaten, vertelde de Dienstmaagd des Cipiers, dat de Burgers zeer oploopend-wierden. Op de vraag des Ruwaards, wat willen zij hebben? hernam zij, zij'willen udoodjlaanl Met alle rustigheid van geest fprak hij hier op : Is 't om mij te doen , laaten ze komen, hier ben ik! De Fifcaal Ruisch tradt, met eenige Officiers der Burgerije ën vijf of zes Burgers, binnen , te kennen geevende, dat zij dienden, om den Ruwaard te befchermen en te bewaaren. De geweezene Raadpenfionaris, dit voor eene leuze neemende, dat hij mogt vertrekken, meende heen te gaan ; doch de Burgers wederhielden hém , zeggende: Holla, Mijn Heer, gij moet hier ook blijven ! De Fifcaal verzogt hem, nog wat te willen toegeeven , om 's Volks wille. Eenigen der Officieren aaten, op 't verzoek der BroeE 2 4er

Willem

de III.

Sluiten