Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 367

zeer ontgeld te zijn, als of hij geheel onkundig was van ds zamenzweering, en opende eindelijk de deur.

Verhoef, ve-.gezeld van de oproeriglten , ftoof terdund het Vertrek in, waar de Broeders hun deerlijk lot wtigtten. De Ruwaard was , meest uitgekleed , wat gaan liggen , en de geweezene Raadpenfionaris ftond gekleed met zijn fiuweelenMantel om, leezende in den Bijbel- Verhoef vliegt na 't Ledikant, en fchuift de gordijnen open , met eene donderende ftem roepende : Verraader, gij moet fier»

ven ! Bid God , en bereid u.' De Ruwaard ,

zeer ontfteld en beevende, vroeg daar op : „ Vrien„ den, wat heb ik misdaan? " Verhoef wederom : Gij zijt een Prinfenmoorder! een Verraader ! ten Schelm! haast uf De Ruwaard, geen hoop van üiikomst meer ziende, rechtte zich op, en bleef eene wijl zitten , met zamengevouwen handen, en in eene biddende geftalte. Eén der Burgeren nam dit oogenblik waar, om hem met de kolf van den Snaphaan te vellen ; dan de (lag , zo geweldig, dat de ftijlen van het Ledikant tot elkander vielen, trof den Ruwaard niet. Hij wilde zich aankleeden ; dan mén gunde hem geen tijd. Op het aantrekken zijner Kamermuilen , waar in één der opkomende Burgeren zijn water gemaakt hadt, zeggende , ,, wat hebben „ ze gedaan," dreef Verhoef hem toe : Trek aan maar, V is voor u flegts voor een korten tijd te deen. — Dus lang was Joan de Witt ongemoeid gelasten ; dan , vraagende , „ of men hem ook omhals „ meende te helpen ? " was het antwoord : Ja, E 4 Schelm >

Willem de III.

Komen 'er binnen, en haaien de Broeders uit.

Sluiten