Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3<5§ GESCHIEDENIS

Schelm, Verraade*, Dief, gij zult den eigen gang van uw Broeder gaan ! Hij zogt iets ter zijner verdeediging te zeggen , doch werd belet door een ilag met de kol' van eui 'Snaphaan op 't hoofd , zo heftig, dat het bloed uit de wonde gudste. Zijn Neusdoek lag hij, bedaard, op het gat, en zei, met een onverbieckr inlaad: „ Mannen, is't om mijn lee,, ven te doen, fchiet mij dan maar onder den voet!'*. Misfcuien zou dit gebeurd zijn , indien Verhoef her niet belet hadt met te bev.'eeren,datzulkeSchelmen in 't openbar- fterven moesten op het Schavot, waar zij den goeden Buat en ^en onfehuidigen van der Graaf hadden doen omkomen. De bedaardften onder de Burgers, uitgekoo?en om de Broeders tebewaakeu , en die , in hunne gefprekken met deez^ braave Mannen, meer en meer van derzelver onfehud overtuigd waren , wilden iets tot hunne verfchoonmg inbrengen ; doch hen werd de mond geflopt ni-.t net zeggen : Cij zijt Schelmen ; gij hebt u ook tl mei hiaten otnkoopen 1 — Dit woord was als ?t ware de leus, om doof te zijn voor «He medelijden. De Ruwaard weid met een bedplank na 't hoofd, en, onaer een woest getier,de trappen afgeftnecten, en even buiten de Gevangenpoort gedeept. Zijn Broeder volgde hem, zonder hoed, meteen bloedend hoofd. Verhoef leidde hem, bij de hand, de trappen af, hem fteeds bctigtende van Lar.dverraaduijc Hij zoj t zich kou en bondig te verdeedigen , eu zag Verhoef aan met oogen, die deezen onverlaat nudemaua bekende, dat hem te rug zouden gehouden

Willem de 111.

Sluiten