Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER NEDERLANDEN. 371

De pen beeft onder bet befchrijven deezer eislijkbeden. Men kan zich nauwlijks verbeelden , dat Burgers van eene ftitle Plaats, aan geene gruwzaamheden gewoon, die, weinigmaanden geleeden,voor deeze Broeders eene agting betoonden, beantwoordende aan hunne verdiensten en waardigheden , en geene andere reden van haat hebbende, dan het ongelukkig beloop der zaaken,zich tótznlke onmenselijkheden lieten vervoeren. De dood kon hunne woede niet ftillen. Geen gruwelen fpaarde men aan de Lijken der omgebragten , en ze werden op het deerlijkst gefchonden. Bovenal moest dat van den geweezenen Raadpenfionaris het ontgelden. De twee voorfte Vingers van zijne rechtehand , met welken hij het Eeuwig'EdiSt, riep men, bezwoeren hadt, werden afgetheeden. • Leden , die de eerbaarheid verbiedt te noemen , eerst op eene vuile wijze bedekt, ontgingen de mishandeling der oproerigen niet. Eén uit den hoop (lokte een Oog des Ruwaards in, vraagende aan da omftaanders, of hij 't wel weêrzoukunver. losfen ? Een ander fneedt een ftuk Vleesch uilde heup, zeggende, dat hij het 's avonds, met zijn Vriend Tichelaar , gebraaden zou eet'en, al zou hij 'er aan barsten ! Tromp bleef alle deeze woestheden aanfehouwen : en, op de vraag van één der toekijkeren, wat zegt 'er Mijn Heer Tromp van ? zou hïj, volgens eenigen, geantwoord hebben, dat moet 'er Z3 mede door. Doch anderen melden , dat hij ftilzweeg, en den hoed in de oogen trok, als zich fchaamende, door zijne tegenwoordigheid die wreed-

' heden

Willem de I1L

Sluiten