Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y<* GESCHIEDENIS

heden te wettigen. Ouder veelvuldig finsalen op de Gehangenen , rijp een Matroos : Dit zijn de Schelmen, die geene Floot tegen Cromwell in zee r/üden brengen, maar den ouden Admiraal Tromp zo deerlijk lieten vermoorden. Die Hond, wijzende op het Lijk van Joan , meende het den Zoon , ons Keesje , eok te klaaren; doch kei miste hem. Evenwel zette hij hem nog af. Blaar, toen de Broer van deezen Schelm tegen een wettig Koning zou vegten, werd'er wel voor de Floot gezorgd. En nog durfde die Hond niet tegen de Franfchen aan. En, bij Tromp nog meer goedkeurings zoekende te behaalen , fchreeuwde hij, eenige lappen der verfcheurde Kleederen over 't hoofd zwap.ijcnde : Tromp boven f de Wïtten

onder', die 't zo niet wil, die faa de Donder.' .

't Was Tromp niet alleen , die zich als een aanmoedigend ooggetuige bij dit'wreed fcfaouwlpel liet vinden, en het hart daar aan ophaalde; maar de Predikant Simon Simonides 5 door den Raadpenfionaris meerznaalen over zijne oproerige taal beftraft, verzadigde ook zijn oog met den droevigen uitgang der Broederen. Eén der Beulen riep hem toe : Hangen ze hoog genoeg? Waarop één der omlianderen zeide: Hangt dien grootfien Schelm nog een fport hoger. Eenigen leggen dit verfoeilijk zeggen den Predikant in den mond. Zeker gaat het, dat hijzichna de Herberg, naast de Gevangenpoort, begaf, waar de Regeering vanden//^dit3ruwelftukaanfchouw. de: en, ?s anderendaags, in de Nieuwe Kerkpiedikende, noemde hij den moord der Broederen eene

wraake

Willem De III.

Sluiten