Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der. NEDERLANDEN. S7$

borgen in het huis der Doopsgezinde Zusters Koster , waar zij tot 's anderendaags bleeven , en in ftilte na Amfterdam gèbragr werden. De Oproeriger* hadden gefprooken oni het huis van Joan de Witt en verfcheide anderen te plunderen ; maar Verhoef en eenigen wederhieldert dit opzet. Zommig-n wilden den grijzen Vader der rampzalig gemartelde Zoonen, den Rekenmeester de Witt, mede ten lijve; doch dit bleef, bij mangel van genoegzaamen aanhang te kunnen maaken, agter. Hij ontfloeg zich, watlaater, van zijn Ampt, en overleefde ruim één jaar het ongeval, zijnen Huize overgekomen (*). Van der Hoeve tekent op, dat de Ëgtgenoote des Ruwaards op dien tijd na den Haag kwam rijden, en onder den weg 's Volks woede tegen haaren Man vernam. Verfchrikt, doet zij de Koets keeren, na't digtstbijgelegene Dorp rijden, en ftilhoudenbij'thuis van den Predikant, die zijne bevordering den Ruwaard te danken hadt. Gevallig opende hij zelve de deur, en kende de Ëgtgenoote zijns Weldoenders, doch las uit haar oogen en gelaad, wat haar derwaaids dreef. De ondankbaare iaromelde niet, maar voer haar te gemoete: Mevrouw, gij kunt hier niet blijven ! Ik wil in deeze zaak niet gemengd zijn. Dit

zeggende, haalde hij de deur digt Verfcheide

Aanhangers vanrjE Witt liepen groot gevaar. De Schutters kreegen Willem van der Aa, Burgemeester

(*) Gedenkwaardige Stukken, bl. 14. 15- M« Tweejabrige Ce/ch, bl. 67.

Willem de III.

Sluiten