Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5?6" GESCHIEDENIS

Willem de III.

meester van Rotterdam, in 't oog ; en, was hij niet fchielijk uit hun gezigt geraakt, zij zouden hem, gelijk Verhoef naderhand verhaalde, even als de Witten behandeld hebben (*). Dit lot dreigde o^k Pieter de la Cotjrt, of van den Hove, bekend door veele Tegendadhotulerlijke Werkjes , en dus een voorwerp van den toen woedenden haat der andere Partije. Het opgeruide Gemeen nagelde een dooden Hond aan zijne deur, met bijgevoegde bedreiging, dat men, eerlang, met hem op dezelfde wijze handelen zou. Waarop hij, veiligheids halve , zich na

Braband begaf ff). . In ec n tijd , dat de geest

des Oproers de gemoederen beheerscht, zijn de braafften, en daar voor bekendllen, zomtijds niet fchoorvrij. Wie hadt het anders meer moeten zijn dan de Ruiter, de Liefde des Volks, de Redder zijns Vaderlands ? doch hij behoorde onder de Vrienden van de Witten, en de valfche befchuldiging, den Ruwaard aangewreeven , hadt hij door zijnen Brief gelogenftraft. Dit verdeedigen der onfchuld gaf misfchien ($) gelegenheid, dat hij, nog in Zee zijnde,

en

(•) Cedenkw. Stuiken, bl. 14.

(f) P. Paulüs, Inl, tot deverkl. der Unie .I.D.bl.f*.

($) Dit mhfchiea krijgt vrij ceel zekerheids , als men zich herinnert, dat de Ruiieu zo hajst niet aan land kwam, of zeker aanzienlijk perfóbn vroeg h^m , „ waar ,, zijii vetlland en vooizigtighcid geweest waren , toen „ bij zu'it een Brief, tot venchooning van den Ruwaard

van Putten , uit cie Vloot getchreeven hadt ?" —«—

Waarop

Sluiten