Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem

be III.

T>e Lijken van pe Witten aftfÊ' toornen en begraven.

3?8 GESCHIEDENIS

de Ruiter kwam (*). Ondanks deeze vrije hoede, liep hij, nog dit jaar te Amfterdam gekomen, gevaar zijns leevens , door eenen Onverlaat , die zich ten zijnen huize vervoegde, en met een Mes hem zou geftoken hebben ; doch hij weerde het gevaar af. De fnoode ontkwam het, en werd vergeefsch gezogt, zo dat men nooit heeft kunnen nafpeuren, wat dien heilloozen Mensen tot deeze daad hadt aangedreeven. Niet min bedenkens viel 'er over dit Huk, dan over het gedreigde oproer. „ Men beleefde," zegt zijn Leevensbefchrijver te regt, „toen boozetijden, „ vrugtbaar van fnoode Rukken , in welken de on9, fchuidiglten dikwijls de ongelukkigften werden, „ en de besten het booste loon ontvingen (*_)."

Dan laat ons van deezen kleinen buitenftap naden Haag te rug keeren. 't Liep tot middernagt aan, , eer de Staaten van Holland last gaven , om de Lijken afteneemen. De borst des Ruwaards vondt men met een dwarshout, gelijk men met de beesten doet, opgefpalkt, maar die van Joan alleen opengefneeden. Vijf Dienaars uit cle Familie volvoerden deezen droe. Ven pligt: en niemand vergezelde hen , dan de AdVokaat Theophilus N/2ranus, door liefde tot het Broederpaar hier toe opgewekt, en een Schoenlap, per, wiens naam voor de vergetelnisfe, gelijk dezelve verdiend e, niet bewaard gebleeven is. Onder \ geleide van eenige Ruiters, werden de Lijken na het

huis

(*) Eiundt, Leeven van de Ruittr, 01.714* (t) Zie aldaar, bl. 76a,

Sluiten