Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER. NEDERLANDEN. 381

De Zilverfmit Verhoef liet zijn Zilverfmits - Winkel vaaren , werd Waard te Voorburg, en maakte zich, eerlang, aan firaatfchenderijen en andere fchehnüukken fchuldig, zo dat Ba'juw en Mannen van Rhijtt' land hem ter openbaare geesfelinge veroordeelde: deeze werd, in 't jaar MDCLXXV1I, tt Leyden zzn hem vidbragt, en ging vergezeld van een zeer zonderlinge (mftandigheid , genoeg aanduidende, welk een hart men deezen fnoodaart toedroeg. Groot was de menigte der aanfchouweien , die zich openlijk in zijne fchande verheugden : en hadden eenige Studen* len Vioolfpeelers gehuurd, die, tegen over het Schavot geplaatst, onder het geesfelen wakker op fpeelden. Voor vijftig jaaren werd hij in Jhet ïugthuis gebannen: doch het fchijnc, dat hij na eenigen tijd gclliakt, en na Utrecht getrokken is. Of hij daar, of elders , en hoe hij aan zijn einde geraakt zij, heeft men geen berigt van. Een einde, als dat van

Tichelaar, hadt hij verdiend (*). Deeze be»

ichuldiger des Ruwaards, en opftooker der menigte vervoegde zich , niet lang naa het ombrengen der Broederen, ten huize van den Heer van 'Heemstede , toen oudften Rekenmeester van Holland , verzoekende om het Ampt , hem door den Heer van Zuilenstein toegezegd voor den dienst , dien hij den Lande gedaan hadt. Deeze wees hem na den Heer van Zuilenstein. Eerlang kreeg hij 't Ampt • ■ van (*) Verhaal der juftitie aan Verhoef, gedrukt taLeyi den 1677. Leeven vm C. en J. de tVitt, h. 4:29.430* ;

F 5

Willem

de IH.

Sluiten