Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

386

GESCHIEDENIS

WILLEM

Sa. in.

toen waggelend gezag door een gelukkigen Zeedag, onder zijn beleid, te herftellen. Dat hij niet ongefchikt was, om den Lande zo wel ter Zee als in den Raad dienst te doen , wijst het in Zee brengen der Vloote, tegen het gevoelen der Lootzen , uit. Ondanks zijn afkeer van uiterlijke praal en nederige lee. venswijze, kleeft hem het verwijt van trotsheid en heerschzugt aan: deezen, zegt men, bewogenhem, om de gewigtigfte zaaken geheim te houden , en genoegzaam alleen aftedoen. Dan , dewijl zijne gemeenzaamheid , anderzins betoond , en zijn overig gedrag geene bewijzen van die zielsgebreken opleveren, zal men veiliger aan andere oerzaaken , uit de tijdsgeftehenis natuurlijk voortvloeijende, die handelwijze toefchrijven.

Duidt men het euvel, dat hij, door den invloed, welken hij maakte te hebben in de Regelingen der Steden, ze allengskens met Lieden van zijnen aanhang vervulde, men zou het zeker dwaasheid noemen, indien hij, kundig van de twee Partijen in het Vaderland, geen zorg gedraagen hadt , om de zijne de meerderheid te doen krijgen , ten beste van den Lande. Aan deeze zugt moet, voor een gedeelte , ook worden toegefchreeven, dat hij zo dikwijls, tot misnoegen van perfoonen, die anders agting voor hem hadden, de aanzienlijkfte en voordeeliglle Ampten zijnen Bloedverwanten en Vrienden toefchikte. Dit was , ten hoogden genomen , een Verl'choonlijk zwak; althans veelverfchooniijker,dan dat hij zichzelvcu met 'sLandsGeid verrijkte,'tgeen

Jiern

Sluiten