Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S8S GESCHIEDENIS

Willem de III.

mand, hun in rang en geboorte gelijk, zich den klem der regeeringe aanmaatigde. Du vasthouden aan een eens gevormd plan, en , met het verloop van 't getij, de baaken niet te verzetten, veroorzaakte gewis veelen der rampen, die, in den laaiden tijd zijns Staatsbeïtuurs, het Land trollen. Dit bragt hem indenhaat derzulken, die, door's Prinfen verheffing,'tbelang van den Staat, of hunne eigene grootheid zogten. Dit, eindelijk, maakte hem verdagt van ontrouw en Laudverraaderij bij 't onverfrandig Gemeen, 't welk, door Lieden van aanz'ien opgehitst, en aan blinde woede geen paal Rellende, hein een lot deedt overkomen, 'tgeeu van allen als wrêed en ontmenscht moet gewraakt worden. Juist, ja zeer juist, was het oordeel van de Ruiter , toen hij den Broedermoord , met de uiterfte ontdeltenia en droefheid, nan boord vernam ; de billijkheid fprak uit zijnen mond : Dat die Heeren zo omhals gebragt zijn , is droevig om te hooren. Zijn ze fchuldig , gelijk men roept , aan verraad, of aan 't omkoopen vaneen Barbier , om zijne Hoogheid te deen vermoorden , dan moest men ze door weitige Regters hebben ter dood verweezen • dat zou tot luiftcr en eere van den Staat in V Regt hebben geftrekt; 'maar nu zijn ze door *t raazer.de Folk vermoord. God bevsaare ons lieve Vaderland voor zodanig en meerder oproer en opkop (*)!

Cornelis de Witt , fchoon een Man van verdient;

(*) Brandt j Leeven van de Ruiter, bl. f34.

Sluiten