Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eer NEDERLANDEN. 391

van 't ombrengen zijns Voorgangers in dien aanzienlijken post, aanvaardde hij dit Ampt. Zulks gafhem gelegenheid tot deeze merkwaardige betuiging: „Dat „ hij niet in zich vondc de hoedanigheden, welken „ in zijnen Voorzaat hadden uitgemunt; en dicdee,, zen , fchoon hij wel gediend hadt, niet hadden kunnen behoeden voor de rampen , welken hem waren overgekomen. Dat het Ampt ook aan vee5, le opfpraak onderworpen was, en dikwijls zelfs 5, bij de Regenten in 't oog liep ; doch dat hij het „ aannam, om de Staaten te gehoorzaamen." De jaarwedde werd van zesduizend tot twaalfduizend Gudens verhoogd (*). Burnet, die Faoel van nabij gekend hadt, befchrijft hem als zeer bedreeven in de Regten , vlugger in 't bevatten van zaaken dan juist vaardig van oordeel; welfpreekend , doch meer gemeenzaam dan net van taal, en in ftaat om gemeenlijk in talrijke vergaderingen het befluit naar zijn zin te doen uitvallen; als vroom en deugdzaam, doch te fcherp en te hevig, als ook te veel met zichzeiven ingenomen; moedig, wanneer alles voorden wind ging, maar in moeilijke en netelige omdandigheden dikwijls zo moedig niet, als in een groot Staatsdienaar vereischt wordt.

Faoel wen met deeze boedanigheden al het ver-1 trouwen van zyne Hoogheid, en deedt hem, mogen wij geloof flaan aan 't getuigenis van de Groot,

be-

(*) Uit de Aant. van des Penf. Vivien, van den 23. Aug. 167a. Ml', Rejd.Holi, 1672. bl. 137.

Willem db III.

Sluiten