Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER NE DERLANDEN. 4°5

en de laatfte toevlugt van het Gemeenebest (*). 't Is elk bekend, dat dit Gewest, van deMaazeïot het T , of de Zuiderzee , doorfneeden worde van Wateren, Stroomen en Rivieren, voorzien van Sluizen en andere Waterwerken, waar door men het afkomend en binnenwater, of, naar welgevallen,loozen kan , of , door het tijdig digtzetten of openen der Sluizen, op 't laageLand laaten ftaan of loopen: en dat, in z"lk een geval, Holland,van de landzijde, niet'genaakbaar is, dan langs de Dijken en hooge wegen. Doch , wanneer , bij drooge Zomers, (en die van den jaare MDCLXXII. was zodanig,) de Rivieren en Stroomen weinig waters inhebben , brengt het openzetten of digthouden der Sluizen geen waters genoeg over 't veld : dit maakt het in laaten van water door de Sluizen, of, indien de gelegenheid hier toe zich niet aanbiedt, het doorftee ken der Dijken noodzaaklijk : tot welk laatfte mid del men, uit hoofde der kosten en fchade , daar ui' onvermijdelijk volgende, noode komt.

Thans was men op middelen bedagt, om de Landen onder water te zetten, zonder de voornaamde Dijken doortedelven. Het openen der Sluizen bi Hemden bedekte de Grenzen van Èolland ter fliri kerzijde van de Maaze; en die bij Dalem geopend deeden het Land om Gornichem onderloopen. D Krimpener Waard kon door de Sluizen bij Schooi hoven aan de Lek ondergezet worden. Twee Slü!

ze'

'(*) Basnace, It. p. 333- 334»

Willem de Hl»

i

9 t

A

Sluiten