Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 415

Wat hier van zijn moge, de vast naderende Winter vei meerderde de ongerustheid van 't Gemeenebest, en de hoop der Franfchen, om, door 'c ijs' begunstigd , ten Oferftroomden La'ide intedrirgen. Mees'er van Naar den zijnde, konden zij dan hunne ftrooperiien tot de Poorten van Amfterdam voortzeuen. Om dit te weeren, befloot de Prins vanOran'e, eene Stad van zo veel aangelegenheids aantetasten. De maatregels, doorhem genomen, waren zo wel ingerigt, dat hij zich voor de Stad vertoonde, eer de Franfchen zijnen toeleg ontdekthadden. De Plaats moest te water en ten lande aangetast worden. Tot het eerde waren gelchikte en gewapende Vaartuigen in gereedheid gebragt. Het Leger ten lande hadt den Prins van Oran e aan 't hoofd, vergezeld van Maürits van Nasfau , den jongen Rhijngraaf, den Markgraaf de Lqüvigny, en verfcheide andere aanzienlijke Krijgshelden. Men wagtte op het teken van de waterzijde, om den aanflag te beginnen ; doch de Vaartuigen, van Amfter^ dam te middernagt vertrokken, werden, door ftilte, te Muiden opgehouden, zonder te kunnen voortkomen. Zijne Hoogheid ^en de Rhijngraaf, Colonel der Lijfwagt , wilden nogthans den aanval beginnen; maar de Louvigny en andere kundiger Krijgsbevelhebbers beteugelden die drift. Zij vertoonden zijne Hoogheid , dat deeze Stad, de eerfte sij.ide9 we ke hij belegerde , het van 't hoogde aanbelang was voor zijne eer, hier we1 in te (hagen ; en dat 9 fchoon de Bezetting en de Vestingwerken geenzins

H 4 oat<

Willem de III.

De Prin» vsr-. Oranje lot kt Naar dem ver-

goffscht» venssfen*

Sluiten