Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 427 ,

hebben met woorden, te ongerijmd, om ooit door hem gefprokèn te zijn. „ Voort, mijne Kinderen,

rooft, moordt en verkragt. Kunt gij iet geweld„ daadigs en verfoeilijks doen, blijft niet in gebre„ ke, ten einde ik bevïndë mij niet bedroogen te „ hebben in de keuze , onder 's Konings Volk ge9, daan, en gij beantwoordt aan de eete, welkezij-

ne Majefteit u doet, met u te gebruiken in eenen „ Oorlog, dien hij ondernomen heeft, om zijn roem' 3, en zijne magt tot het einde der wereld uittebrei„ den."

Verdienden deeze Gefchiedverhaalers geloof', daii werden de Vrouwen onder 't oog haarer Mannen, de Dogtèrs iri de tegenwoordigheid haarer Ouderen gefchonden, en de Kinderen medogenloosop'tvuui gefmeeten. Met één woord, dan liet de woedende Soldaat geene onmenschlijke daad ongepleègd, ende èlendige Öpgezetenen beproefden , zonder onder fcheid van jaaren, vanfexe, van ftaat, alles, wai de verregaandfte beestagtigheid kan uitvoeren. Zi voegen 'er bij , dat aan deeze verfoeilijke fchennisfen niet alleen de gemeene Soldaaten, maar, tot onuitwischbaare fchande voor de Franfchen, ook ver fcheide Eevelhebbereri fcliuldig waren (*).'

De eerfte bèrigten , in den fchrik opgefteld , zijt ieker zeer verzwaard geweest, én men heeft ze

vei

(*) Avis fiklle, p„' 47 &c. Valkenier , bl. 84. Holt. Merc. 167a. bl.213.

1 i

WlLLüM OSt UU

I

{ »

Sluiten