Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

428

GESCHIEDENIS

VI lil.

vervö'gens, willen doen geiden, om den Franfchen naam gehaat en zwart te maaken. Anderen geeven des een veel min eislijk verdag. Te Zwammerdam heeft maar éèn Boer, die in zijn huis gebleeven was, en op de Franfchen fchoot, het met den dood moeten bekoopen. Een ziek Man , en zijne Vrouw, die in het kraambedde lag, leeden mishandeling, ert hun Dogtertje werd weggevoerd (*> Lieden, die, kort daar naa, bij de Opgezetenen deezer Dorpen onderzoek na 't gebeurde deeden, hebben maar drie voorbeelden vau Vrouwenfchennis kunnen ontdekken , en niets van de onmenfchelijke wreedheden, met welken het eerst verfpreide gerugt de Franfchen betigtte. Het aantal der naakt weggejaagden is zeker klein geweest op Plaatzen , meest van de Irtwoonders verhaten, en die in 't nabijgelegene Gouda eene fchuilplaats vonden. Costerus hadt met eigen oogen Gevangenen te Woerden zien binnenbrengen , eenigen waren , voor een gedeelte , van hunne kleederen beroofd , anderen niet , en genen zagen 'er geflagen en mishandeld uit (f). — De geweezene Ambasfadeur Pleter de Gboot , eeni. gen tijd laater over deezen inval der Franfchen fchrijvende, noemt'dezelve een kleinen ftroop in Holland: teffens getuigende, dat 'er , in den Veldtocht des jaars MDCLXXIII , in Duitschland dergelijke dingen

(*) Tegenw. ftaat der Ferèèn. Nederl. VI. bl. 349, (t) Costerv.% Hift. Ferh. bl. 338.

Sluiten