Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dbr NEDERLANDEN, 42?

gen gebeurden., die niet veel verfchil len van 't geen .te Zwammerdam en te Bodegraave gebeurd was(*). — Le Clerc verklaart, verftandige en gelooft waardige Hollanders gefproken te hebben , die toen ten tijde leefden, en geene vrienden van de Franfche. Natie waren, althans niet ten koste van de hunne, die vcr^ .ekerden, dat het grootfte gedeelte van die wreedheden en beestagtigheden, waar mede mende Franfchen befchuldigde , enkel verdichtzels zijn, bedagt otn de Franfchen nog gehaater te doen worden. Dat zij, wel is waar, die twee Dorpen geplunderd en in brand geftooken hebben, bevestigt ook Vader Daniël in zijne Leevensbefchiïjving van Lodewijk den XIV; maar noch het belang diens Konings , noch de voorzigtigheid des Hertogs van Luxemburg, Heten toe, zich door ongehoorde wreed- en beestagtigheden nog gehaater te maaken, dan zij- reeds in de Ferèénigde Nederlanden waren. Dan, hoe zorgvuldig men ook moge zijn , om de Soldaaten in toom te houden, \ is onmogelijk te beletten, dat zij, die meester zijn over anderen, geen moedwil pleegen. De Ingezetenen van 'Binch klaagden, niet minder over de Soldaaten van den Prins, vaa Oranje (f).

Die

(*) Lett. de lyir, de Groot 5. Janv. & 31. Ögtpi

i<$r3

(t) Le Clerc, III. bl. 446. Vreemd , in de daad, «jat de Gefchiedenis,d;ezes geleerden Mans , waar in hij die beestagtigheden en moorden ontkent, verci.-rJ , ct I 3 lfe

Willem de III,'

Sluiten