Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER NEDERLANDEN. 433

éénïg'ng der twee Vlooten te vertr.iagen , de Koopvaardijvlooten der Engelfehen , ende Franfche Schepen, indien zij het waagden onder zeil te gaan, om zich bij de Engelfche te voegen , aantetasten. Het mistig en donker weer veroorzaakte , dat de Zinkfchepen op den behoorlijken tijd ter beftemder plaatze niet konden komen: dit gaf den Engelfehen tijd, om ettelijke Schepen omtrent den mond van den Theems te leggen, waar door deeze aanflag ;e leur liep.

De Zinkfchepen werden, opgelegd , en de Ruiter zeilde na Schooneveld, waar zijne Vloot met eenige Schepen verfterkt werd; doch beftondt dezelve uit tweeënvijftig Schepen van Oorlog , twaalf Fregatten , veertien Advysjagten , en vijfentwintig Branders, in 't geheel omtrent honderd zeilen : terwijl die der Vijanden honderd en vijftig zeilen telde, en daar onder tusfchen de tachtig en negentig groote Oorlogfchepen. Een allerfchoonfte en aanmoedigende Brief, door zijne Hoogheid aan de Ruiter gezonden, las hij, met een manlijken ernst , meerdere ed mindere Scheepsbevelhebberen voor. Wij kunnen niet nalaaten denzelven plaats te geeven, als ten blijke [trekkende, hoe zeer zijne Hoogheid overtuigd was van den dienst eener welgemoedde Vloote voor 't Vaderland. ,, Wij hadden gewenscht, „ dat de zaaken van het Land ons hadden gclaaten „ de faculteit, om ons na 's Lands Vloot te ver„ voegen, en 't vernoegen te hebben van daar bijs, één te zien zo veel eerlijke Patriotten, die co?I 5 „ daat.

Willem Da UI.

Gefield' beid deï Staat fche en der vij» andlijke Vlooten.

Sluiten