Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

442

GESCHIEDENIS

Willem m lil.

„ te naderen, en dezelven met het meeste voordeel „ moest zoeken aantetasten, om hen, onder Gons „ zegen, de Kusten en Zeegaten van deezen Staat „ te doen verlaaten , en de Zee alzo voor de aan„ komende Retowfchepen veilig te maaken." De aanfpraak, door den Vlootvoogd gedaan, en door de tegenwoordigheid van den Prins onderfteund, wekte een heldenmoed in de Vlootelingen, die daar van welhaast een duidlijk bewijs opleverden. Den vijftienden van Oogstmaand, 's morgens vroeg, maakten de Vlooten gereedheid tot den flag , en de Nederlanders liepen op den Vijand af. De Ruiter hadt de middentocht, en tastte die oftder Prins Robert aan ; Tromp beftreedt zijnen ouden Vijand Spracï , en Bankert den Graaf o'EsTRéES. Van den eenen en anderen kant werd tusfchen de Engelfehen en de Nederlanders gefireeden, als of'er geen leeus was , dan te overwinnen of te flerven. De Franfche Vlootvoogd, dien het aan moed noch beleid ontbrak, hieldt zich zeer agterlijk ; maar zijn Schout bij Nagt Marle , die, waarfchijnlijk, nieis wist van den heimlijken last, den Graaf gegeeven, geraakte met éerrige Schepen van Bankerts Esquader in zulk een lievig gevegt , dat zijn Schip , in brand gefchooten , nauwlijks kon gered worden , en bij de overige Koningsfchcpen komen. Zijne betoonde dapperheid deedt hem in engunst vallen : in Frankrijk komende , werd hij in de Baflille gezet. Dit flauw vegten der Franfchen benam den Engelfchm den mosd niet: 'er waren tijdftippen, waar in

de

Sluiten