Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER. NE DERLANDEN. 461

roem van de Heerfchappij der Zee aan twee magtige Vorsten te betwisten, en het geluk, om hettooneel des Oorlogs uit hun Land op eenen anderen bodem overtebrengén. Lodewijk de XIV. werd in Europa aangezien voor een Vorst, die, met al teveel verhaasting en trotsheid, van eene kortduurendezegepraal een groot vertoon gemaakt hadt. De vrugt deezer ondërneeming beftondt hier in, dat hij een bloedigen Oorlog moest voeren tegen Spanje , den Keizer en de Staaten , met elkander veréénigd, dat hij eindelijk, van Engeland , Munfter en Keulen verlaaten, in de Gewesten , door hem vermeesterd 'en ontruimd, meer haats dan roems agterliet.

Men verhaalt , dat de Roomsch Catholijken in Gelderland, met veel ernsts dert Prins van Condb ver.«ogt hebbende om de openbaare Kerken der iVoteftanten, van hem dit verftandigantwoordkreegen:

Indien de Koning meester wordt van al de Ge„ westen , zult gij Kerken genoeg hebben ; doch , ,, als hij dezelven moet verlaaten , zal de verzogte „ gunst u niet alleen nutloos, maar ook fchadelijk „ weezen." 'Er bijvoegende, „ dat hij op dit (luk „ geen last van den Koning hadt, en eene zaak van

die natuur niet wildé beflisfen." In de daad, zulks zou de Proteftanten, reeds genoeg verbitterd s nog meer ontflooken hebben. Cotvné bemerkte misfchien de bezwaarlijkheid , om Holland te vermeesteren , en zonder Holland kon Frankrijk de overige Gewesten niet in bezit houden. — Men vindt opgetekend , dat één der Zweedfche Gevolmagtigden -L 3 O]

Willem

de 111.

Sluiten