Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem

de lil.

Kr ij ga. verritf. tin gen.

462 GESCHIEDENIS

op den Vredehandel te Keulen, naa het doen eeniger voorflagen, om een middel te vinden totheteindigen van deezen Oorlog, van daar na de Legerplaats van Lodewijk. den XIV. ging , en , fchoon anders een vriend van Frankrijk , den Koning verklaarde, dat zijne vermeesteringen niet alleen het Duit/cfk Rijk in beweeging bragten, maar ook de Noordfche Mogenheden ontrustten , en dat men genoodzaakt zou weezen andere maatregelen te neemen, als hij aan dezelven geen paaien wilde Hellen. Op de vraag, of de Koning van Zweeden fan Frankrijk den Oorlog zou aandoen? gaf de Afgezant ten antwoord, „ dat Zweeden met Engeland den Vrede „ zou breeken , wanneer dat Rijk niet afliet den „ Oorlog asnteftooken."

Zodanig waren de gelukkige gevolgen der verbintenisfen, tegen Frankrijk gevormd. Het Gemeenebest zag het tooneel des Oorlogs geheel van zijn Grondgebied verplaatst. De Prins van Oranje bragt door zijn moed en beleid niet weinig toe aan dien gelukkigen keer. Hij begon de aangenaamheden des Veldheerfchaps te fmaaken , en met te meer genoegen, daar zijne eerfte ontwerpen hem de liefde en toejuiching des Volks deeden erlangen. Een te fchieiijke Vrede zou hem deeze voordeden hebben doen ierven: dus oordeelde hij het zijn belang , denzelven niet te zoeken. Hij ftreelde zich met het denkbeeld, dat de tijd, die wanhoopigst ftaande zaaken aerftelt, ook die der Ferèénigde Gewesten zou herlellen, gelijjk dezelve de zijne gedaan hadt. Doch

de

Sluiten