Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem le III.

464 GESCHIEDENIS

mengetrokken waren , met hen te vereénigen. De Prins van Oranje, aan 't hoofd dee?-er drie Legeren , die op vierenzevenrigduizend man begroot worden, was vol hoope ; om in deezen Veldtocht de blinkendlte Krijgslaurieren te ph»kken. Hij ftelde zich niet minder voor, dan in Frankrijk doorlèdhhgèn, en het leed, zijnen \7ader!ande gedaan, dat Rijk betaald te zetten. Vólgens zijn raad, moest men een hachlijken kans wag n, de Prins van Co.\né uit een Voordee!i;en post drijven, dien hij bezet hieldt aan, den Stroom Pieten, met een Leger, 't welk , zo men wil, niet meer dan vijftigduizend man telde. De optocht was zeer gevaarlijk, uit hoofde van de enge wegen- en de uitllag hoogst twijfelagiig. De jLiondgenoorro hadden voor zich de meerde heid in aantal; doch de Franfchen de afgerigtheiddes Krijgsvolks; de eertigemelden inogten op het voordeel der veréénigdé magt roemen ; maar hnd.len te dugten voorliet ongemak, 't welk deeze verèéniging vaak verg'.zelt , de bezwaarlijkheid van eenftemmig te wtrk te gaan. Dn Franfche Veldheer,daarentegen, hadt alleen zijne eigene Krijgsmagt te gebieden', en zijn ei^en oogmerk uittevoeren , 't welk altoos bedekter en fpoediger toegaat. Verzekerd van de gehoorzaamheid zijns Volks, 't geen zijne geboorte en krijgsbekwr.amhed.en eerbiedde , was hij , ondanks de minderheid in aantal, een zeer gedugt Vijand. Onderrigt van de oogmerken der Bondgenooten, door de gemaklijkheid, om Verfpieders te hebben in Legers, zamengefteld uit verfchillende Landaarten, behcot hij, dezelve te voorkomen. Con-

Sluiten