Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

468

GESCHIEDENIS

WlLIEM de III.

I

CoNDé weder re doen opzitten. Deeze fchrik deedt hem van oogmerk veranderen, van het weder aantasten der Bondgenooten afzien, het flagveld ruimen, en na zijne voorige Legerplaats te rug wijken. De Bondgenooten behielden dus het flagveld; doch hadden anders het meest verboren. De Prins van Oranje weet zulks aan het agterblijven en de lafhartigheid van den Keizerlijken Veldheer de Souches, dien hij door den kop zou gefchooten hebben, ware hij niet wederhouden uit agting voor den Keizer. Deeze ga f nogrhans zijne Hoogheid grooten'roem , den Staaten fchrijvende, „ darde Prins, geduurende dat ,3 gevegt, 't beloid van een ervaren Veldoverften, „ en de dapperheid van eenen Cesar betoond hadt". Temple getuigt „dat Oranje alle de uoodige beve„ len gaf, met eene verwonderbaare voorzigrighcid. „ Hij verzuimde ^een voordeel, en viel dikwijls aan „ 't hoofd der zijnen met veel dapperheid op den „ Vijand aan. Hij hieldt ftand, zowel tegen zijn „ eigen oiufchaarde volk, dat op hem indrong, als „ tegen de Vijanden, die hunne overwinning met „ groote kloekmoedigheid vervolgden. Niet alleen zijne Bondgenooten en Vrienden gaven hem den verdienden lof, maar zijne Vijanden zelfs bleven niet in gebreke. De Prins van CoKDé vereeide hem met dit roemnigtig getuigenis; „ dat hij in alles zich als , een oud Capitein hadt gedraagen , behalven daar ,, in, dat hij zich te veel aan gevaar hadt blootge, field, waar in hij als een Jongeling hadt gehan, deld." Ondertusfchen hadt deeze. oude Veldheer

zei.

Sluiten