Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dek NEDERLANDEN. 477

we heeft zich, rnisfchicn om de oogmarken van den Prins te beter te bevorderen, in de noodzaaklijkheid gevonden, van de Regeering op zijn eigen hand te ontdaan, daar het te vreezen was, dat, indien hij dit niet deedt, de goede Burgerij , die met een Request ter verdeediging van haare Regenten bezig was, in 't vervolg den Gelastigden de opfchorting der Regeering moeilijk zoude gemaakt hebben. Volgeus den last van hunne Hoog Mogenden, mogt hij alleen den Afgevaardigden de behnrpzaatne,'en, wr.s het nood, de fterke hsnd kenen (*).

Het ontbrak der HeersChzugt en Dwïnglandije, die op dit tooneel de veragtlljkfte rol fpéelden , aan geene uiomaangezigten, om haare affchuwüjkheid te bedekken (f). Eenigen lieten zich daar door bedriegen ; doch veelen ontdekten het tastiijk bedrog, maar zweegen, uit redenen v.tn ft: at of onvermogen: en weinigen durfden dien grijns afrukken. Men hoore welk eene taal de Raad Meerkerk, van zijne

af-

(*) Zie dit ai!es breedvoerig in 't Ki/lorisch Verhaal van de onwettige behandeling, de Provintie en Stad van Utrecht aangedaan in de jaaren 1672 — 1674, gedrukt 3.784- bl. 47 ~C'3.

(1) Mdii ie*ze, jjw des ten vollen overtuigd te worden, da Miifise, gcjelurceveu bi) de Gedeputeerden van hunne HoogVl. aan de alfentc Leden van de Pravinfie van UtrechtjÊ naa dat de prefente Heeren van hunne bedieningen waren gezet; te vinden in het laatstgemelde Werkje, Bijlaage B.

M3.

Willem m 111.

r

Sluiten