Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 479

„ het ongeluk, om, toen wij het Staaten-Leger, „ onder het geleide van den Prinfe van Oranje , op

last van U Hoog Mcg. , van voor onze Wallen „ na Holland zagen optrekken, onze Stad en Pro„ vincie aan den gewisfen inval, tot volfiagene ruï,, ne van het Gewest en de Stad , der Vijanden te ., zien blootgefteld , zo mogen wij ons egter vlei„ jen, dat de betoonde ftand vastigheid der Staaten , „ de goede voorzorg der Regenten , en den onver„ ll'hrokken moed der ingezetenen , "tot bereidwilli„ ge verdeediging van Stad en Provincie , ten allen „ tijde ons bevrijden zal van dit vermoeden, 'twelk „ U Hoog Mog. ons fchijnen aantewrijven , als of

de Stad en Ingezetenen van Utrecht mede behoor„ den tot die Plaatzen, die zich aan den Vijand 0„ vergegeeven , en niet één druppel bloeds ten bes-

ten gehad hebben voor de behoudenis van het al„ gemeene lieve Vaderland, de vrije oefening van„ de Christlijke Gereformeerde Religie en Vrijheids

Panden, bij de Voorouderen zo hoog geagt; „ daar het vastllaat, en voor de Naakomelingfchap ,, ten allen tijde blijken zal, welke kloekmoedige en „ fiandvastigc befluiten bij die van Utrecht zijn gej, genomen , en, onder Gods almagtigen bijftand 3 ., zekerlijk ten witte van liet lieve Vaderland zouden „ zijn uitgevoerd geweest, indien door het befluit j, van U Hoog iVJog. dat Gewest en Stad niet ver„ laaten, en van idfe menschlijke buipe beroofd was

geworden. 0^

,, Dank zij den alvermogenjfen God. , die ons, M i^F*+* „ e:n-

Willem Ril III.

Sluiten