Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 483

ning werd overgelasten aan de oude Beunurders van 't Gemeenebest en Magiftraatsperfoonen, en dat deezen door geenen Eed aan dat Volk verpligt werden, welke hen zou noodzaaken van het Verbond der Fesêénigde Gewesten afteftaan, zo hebt gij ook , in die rampzalige tijden van't Gemeenebest, u aan uwe Medeburgeren niet willen onttrekken; (want'weik voorwendzel of reden is 'er, als men in geruste tijden aan het roer heeft gezeten, dat men 't zelve zou verlaaten, en bet bewind afwerpen, wanneer de zaaken verward zijn,) maar gij hebt, met andere voortrefiijke Mannen , uwen post behouden, en ubevlijtigd, dat die openbaare rampfpoed uwen Burgeren min zwaar gevallen is, en dat de fchatttngen , van de Franfchen opgelegd, uit de openbaare Schatkista zo veel de ftaat der tijden gehengde , gedeeltiijk betaald wierden.

„ Van het vertrek der Franfchen uit het Sticht, en als het fcheen, dat wij alle onze rampen haddei: doorgedaan , en de Burgers dagten , dat zij in hei bezit der Vrijheid zouden wederkeeren, en de bij '1 Gemeenebest zo wel verdiende Overheden hunne eer ampten, luister en voordeden weder zouden genie ten, zijn zij in die verwagting bedroogen: immers daar wij van de Vrienden en Bondgenooten vertroos tingen te gemoet zagen, is ons het tegendeel over gekomen. Want, hoewel zij ons van alle hulp ei verdeediging tegen de Franfchen ontbloot, en dus it de magt der Vijanden overgelaaten hadden; hoe we wij door veele elenden en beledigingen der Vijande:

IVlLt.EM' DE 1Ü.

I

t l l 1

Sluiten