Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

484

GESCHIEDENIS

Willem

DE III.

1

geteisterd en uitgeput waren , hoewel wij niet, dan met een groot gewigt van goud , Zamefigebragt uit de laatfte overblijfzelen van het vermogen der Burgeren , waren gedwongen geweeft ons vrijtekoopen van de uiterde vernielinge, van den brand en de geheele verwoesiinge des Gewests, welke de Franfchen ons bedreigden; hoewel wij dit alles onverdiend hadden geleden , en daar wij met regt mogten verwagten, dat wij deswegen onze Vrienden enMedebondgenooten zeer billijk en gunstig zouden vinden, heelt ons egter deeze verwagting begeeven.

„ De A'gemeene Staaten, alleenlijk zamengefleld wit dertien gewoone en buitengewoone Afgevaardigden van vier der Ferèénigde Gewesten , zonder last van hunne Oppermagten, hebben door hunne Afgezondenen onzen vreedzaamen en door geene beroerten gefchudden Staat , en liet IIegt en de Majefteit van het Oppergebied met de w3penen doen aanvallen, het Raadhuis niet alleen met Krijgsknegten bezettende, en de Burgers, die de wagt hielden , van dëar verdrijvende , en de Vergadering der Staaten des Lands, om hun vreeze aantejaagen, met wagten omringende, ais ook van het bewind der zaaken uitfluitende de voorige Beltiiurders , door geen Rcgtsgeding, ik wil Wet zeggen veroordeeld , maar ook ze'fs niet btfclmldgd; en welken zij z<?!fs nu niet in eenig vermoeden van misdaadigheidbetrekkenkonneru

,, Dus hebben Zij dit Gewest in hunnen naam laaen beheeren door vreemde M:nfehe:i, in de zaaken

van

Sluiten