Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 485

van het Sticht onbedteeven , en aan zich (dat is aan vreemde Iïeeren) bij Eede verbonden : en hebben wij eene Tusfchenregeering van eenige maanden ondergaan , in welke onze verwagtingen en belangen hebben afgehangen van Menrchen , die Uitlanclers

en ons vreemd waren. Hoe groot een nadeel

in deeze TüsTchenregeering aan 't Gemeenebest veroorzaakt is , getuigen zelfs de Algemeene Staaten in hunnen Brief aan Je Staaten van Friesland. Onzen Burgeren is toen weder door die tijden de gelegenheid voorgekomen, waar in zij of bhjkbewijzen van eene moedige geaartheid en flerkte van geest, die door de leeringen en vlijtige beoefeningen der deugd verkreegen wordt, hebben kunnen geeven , of wel de kentekens eener nédergeflagenè gémoèdsgefteldheid openbaaren. Hoe veele tègemoêttreedingén van Menfchèn hebben wij toen gezien: hoe veele handtastingen, hoe veele vleijerijen, hoe veele onderwerpingen, ook jer.ens de zulken, over wienzij tevooren de magt hadden, om te gebieden. Hier wederom hebt gij uw even maatig gemoed behouden , en geen voet van uwen dorpel gezet, om u aan iemanc in de gedaante van eenen Smeekeling te vertoonen oök hebt gij niet onderfiaan . door Brieven , u de "unst en goedwilligheid vanzommigen te verwerven ten einde gij eenige hulp en onderfland mogt verkrij gen, om door hunne tusfchenkömst uwe Waardig heid te behouden.

, Eindelijk, toen de laatfle rol van hetlaatfte be drijf geïpeèïd werd, hebben de Algemeene Staaten

di

Willem' de III.

e

Sluiten