Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 489

Eer deeze fchorüng der Regeeringe kwam, hadden de Steden van Utrecht den Algemeenen Staaten, bij eenen Brief, kennis cegeeven van het vertrek der Franfchen , en weder zitting verzogt voor hunne Afgevaardigden in de Generaliteits Vergaderingen, als mede Gemagtigden gezonden aan den Prins van Oranje, om hem het S adhouderfchap optedraagen; doch hun Brief werd, vooreerst, onbeantwoordgelaaten, en zijne Hoogheid nam het Stadhouderfoiap nog niet aan ; ten oogmerk hebbende , eene groote verandering te maaken in de Regeering van de Stad én het Sticht : alzins ftrijdig met de aloude Regeeringsvorm en Voorregten van Stad en Land (*).

Het leedt een geruimen tijd , eer men belloot, de drie Gewesten , door geweld van 't Bondgenootfchaplijk Lichaam gefcheiden , in heuelve weder

aantree Werkjes; het een getijteld: JPjlorkch Verhaat van ie onwettige behandeling, de Provincie en Stad van Utrecht aangedaan in de jaaren 167a — 1674- gedrukt 1784.; e:i het ander: Verhandeling, dienende tot betoog s dat de Regenten, Burgers , In- en Opgezetenen van dt Stad, Steden en Landen van Utrecht niet gehouden zijt, om het Regeerirgs.- Reglement, ingevoerd den 16. April voor zo verre hetzelve aanloopt tegen de Provinciaale, Stads- en Stede ■ Regten , Handvaten , Privilegiën , Ge regtigheden, oude, wettige cn wel hetbragte Coitumè'n gedrukt 1784.

(*) tegenw. /laat van Ut>: bl. 146. Zie ook de zc even gemelde Verhandeling enz, VU. Deel %M N

Willem

DE 111.

Sluiten