Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450 GESCHIEDENIS;

Willem

de III.

Rwd-

pleeging over het weder a-'nneemen der drie Gewes'en in de Unie.

aanteneemen. Weinige weeken, naa dat zij In de magt der Vijanden vervallen waren , hadt men ter Vergadering van Holland befloten , de zaaken ter Generaliteit zo te beleggen , dat de Afgevaardigden van Gelderland, Utrecht en Overijsfel geene zitting meer zouden hebben in de Staatsvergaderingen en andere Generaliteits Gollegien : 't geen gefchiedde (*). Natuurlijk liepen de raadpleegingen , met het ruimen der Vijanden uit die Landfchappen, over derzelvc-r wederaanneeming en den rang,welken zij zouden bekleeden. Het wederaanneemen zelve vondt geen tegenibraak ; doch wegens de wijze, waor op, en den rang , in we'ken , ontftondt niet weinig gcfchils. Men wilde zich van 's geweezen Bondt er>oct> orgeluk bedienen, om hem te vernederen. Friesland zo^t den'.voorrang van Utrecht te winnen ; Holland een gedeelte van 't Sticht aan zich te trekken ; en Zeeland kantte zich met veel ijvers tegen 1 et een e:'i ander. Het gefchil over den rar.g tusfchen Utrecht en Friesland was reeds oud. Het laatstgemelde L\ndfchap rrondde zijne eifchen op den Voorlang, dien zij in de Plaiaaten en Tijtels van Ca.iel dè'n V. cn Philips den II. altoos gehad ha (den. Utrecht beweerde , dat de, Bisfehoppen, wier Regisgebied zich over-Friesland uitffrekte, in de Oppermogenheid opgevolgd waren door de Staaten , en dat deezen , gevolglijk , den voorrang

moesten

(*) Refol. Holl. 1673. bl. 73- Rcfol. GeueraL 20 Sep:. 1673. Iweejaar. Gefeh. bl. 1.2.

Sluiten