Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deê NÉDER. LA" N'öë N. 49*

moesten behouden. Het lot beflistte , in den jaare MD 1*XXXIV, deezen meermaals aangeroerden twist ten voordeele van Utrecht Bijkans ene Eeuw bleef dit Gewest in 't ongefroord .bezit van den voorrang: dan Friesland beweérde thans , dat Utrecht i door de Franfchen vermeesterd , Van denzelven vervallen was (*). Alle deeze gefchïlien werden bijgelegd door-een Raadsbèümt der Algemeene Staaten, die de afgefcheurde Gewesten weder met het Bond-' genootfchaó'ijk Lichaam verenigden, onder de volgende, eenige wel harde , doch met den tijd ver« zagtte, voorwaarden:

I. Dat het gefchil, tusfchen Utrecht én Frieslandj wegens den voorrang in de Vergadering der Algemeene Staaten, zou worden gelaaten ter beflisfinge van den Prins van Oranje en Hendrik Casimir van Nasfau, Stadhouder van Friesland. Dat die beidé Gewesten , binnen den tijd van vier maanden , allé de (lukken zouden moeten overleveren, welken zij dienstig oordeelden, om hun Regt aantétoonen • dat zij, twee maanden daar naa , bij dezelve- (tukken nog zouden mogen voegen een Vertoog van Regten, tot bevestiging van hunne zaak: dat de twee gemelde Stadhouders, twee maanden laater , het gefchil zouden moeten beflegten, en hunne uitfpraak zou beffisfend weezen : dat , inmiddels,. de twee Gewesten bij beurten de voorzitting hebben , maand onl

maand i

.... ' , . i . ■ ■ ■ . (*) P. Paulus, Verklasring der Unie van Utrecht 3

ifi. D. bl. 81 *

N fl

de ilï.

Voorwaarden 9 op welken da drie Gewestenweder in de Unie aangeno- ' men weiden*

Sluiten