Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 455

beweezen, aan 't gemelde Gewest zou worden toegedaan eene tweede plaats in den Raad van Staate; des dat aan Gelderland, te vooren aldaar twee plaat zen gehad hebbende, maar ééne plaats zou worden toegelaaten.

X. Tenlaatften, dat aan zijne Hoogheid de ma»? zou worden gegeeven , om aant'ellelleri, te verende» ren en aftezetten de WagTftraateh in de drie genoemde Gewesten , onder deeze voorwaarde*, dat , aan den eenen kant, de afzetting niet zou {trekken tot kwetzing van den goeden r,aam der genen, die hunne ampten getrouwh'jk hadd-.n waargenomen , eq , aan den and' ren kant , dat zij, die bevonden zouden worden hunne ampten niet naar behooren waargenomen te hebben, door die afzetting niet bevrijd zouden zijn van de flraflen, welken,naar Regten en Plakaaten van den Lande , tegen de zodanigen kan én mag geoefend werden. Al het welk zou gefchieden voor die reize, en zélks zonder eenig nadeel o£ gevolg voor het toekomende ten aanzien van de Privilegiën , Vrij- en Geregtigheden der gemelde Gewesten in 't gemeen , of den Leden en Steden dcrzelven in 't bijzonder toebehoorènde (*).

Het gefchil tusfchen Utrecht én Friesland , ovei den voorrang , werd , in den jaare MQCLXXV', ten voordeele van' Utrecht uitgeweczen , welk Gewest, zints dien tijd, zonder iemands tegenzéggen4,

'• dt

(*) Refol, Getier, 20 April 1674. Twcejaarige Gefc.% bl. 9.

N 4

Willem' de 111*

Sluiten