Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des. N E D E R L A N D E N. 49?

Generaalfchap van Holland en Westfriesland optedraagen aan den Pfins van *Or*»7> *n dtszolfs wet' tige mannelijke Naakomelingen ; en de zaaken ter Generaliteit zo tebeleiden, dat daar diergelijk befluit, ten opzigte van het Capitein - en Admiraal Generaalfchap der Ferèénigde Gemsten , genomen wierd. Zijne Hoogheid ontving m-'t het uiterfle genoegen de opdragt van het ErfRadhouderfcbap, hehudmt, ten zelfden dage, befloten, die vermeerdering van aanzien den Vorst te veileenen. U, irecht volgde , eerlang ; Gelderland en Overijsfe vvatlaatcr in die zelfde Waardigheden den Prins op tedraagen j en het befluit der Algemeene Staatei was overeenkomstig met den voorflag van Ho.

land O ' . n .

Zonder 's Prinfen huwelijk kon van dtt beflui geen vrugt getrokken worden : weshalven hij ftaats wijze tot het aangaan eener Egtverbintenisfe wen aangeraaden ({> Om dit werk te doen fpoedcii ' pordeelde Amfterdam, dat men zijne Hoogheid moe; ontheffen van eene fchuld van twee millioenen Gu deus , door deeze Stad aan Willem den II. g< leend, en dezelve ten laste van Holland te brengen 't welk gefchiedde (§). Zeeland vereerde, ten die • zelfden tijde, zijne Hoogheid driemaal honderddu

zei

(*) Uit de Aant. van den Penf. Hop , van a3 Jan. £ 6 Febr. 1074. Mf. Tweejaar. Cefch. bl. 68 - 73. (f) Ref»,. Holl. IÖ74- W. 66.

WacjEHaar. , Am/1. VI. St. bl.it?.

Willem

de - ijl.

1

t Gun.ubetooora- ' gen aan l zijne . Hoog-

t heid<'

n i-

;d 15

Sluiten