Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem

de III.

Poogingen , om deu Prins nog ineer gezags opiediaa. gin.

500 GESCHIEDENIS

zend Guldens in Rentebrieven (*). De Oost-Indifche Maatfchappij voegde het haare bij deeze gunstbetooningen , zijne Hoogheid en diens mannelijke Erfgenaamen een driecndertigfte van alle haare uitdeelingen toelhande (f).

De Staaten hadden een groot gedeelte van hun Oppergezag aan één hunner Onderdaanen afgedaan; doch , gelijk zeker Schrijver te regt aanmerkt , een Onderdaan, die te groot geworden is, fchaamt zich doorgaans langer een Onderdaan te zijn : een mid' denftaud tusfchen het Oppergezag en Onderwerping is een gedwonge ftand, die geen duur kan hebben. In denzeiven is eene gemeene maate van eerzugt genoeg , om de paaien van 't gezag te doen overtreeden door den genen, die daar mede bekleed is : en de Prins van Oranje zou voorzeker een vreemd verfchijnzel in de Gefchiedenisfe geweest zijn , zo hij hadt kunnen beiluiten de Wetten te eerbiedigen, aan welken hij onderworpen was (§), De poogingen , aangewend om hem nog meer gezags , ja het Oppergezag , in handen te (lellen , en zijne gehpudene handelingen in dit geval, zullen ons zulks middagklaar doen zien.

Willem de Ui, zo zeer gevleid , zo hoog begunstigd, geloofde, dat hij alles van 's Volks gene-' geilheid zou kunnen verwerven. De raad en bekwaam-

(*) No tul. Zeel. 1674. bl. 90.107. (t~) Tweejaar.Gefch. bl. 129.

(§) Raynal, flip}, ran 't Stadhouderfchap ,bl.l54.

Sluiten