Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der t D E R. L A N D E N. $0$

den toekomen , zonder eenig befluit optemaaken (*> In Zeeland waren , even als in Holland, de Remmen verdeeld. Men fprak daar voim hdiger over de gevolgen, aan deezen Hap van Gelderland gehégt, en beweerde , dat Gelderland geene magt Hadt , om de Hooaé Overhelt aftelhan; dat zulk een werk ook fchadelijke gevolgen naa z'ch zou fleepen , onrusten beweeging veroorzaaken in den Staat; zullende Gelderland , waarschijnlijk , altoos woelen, om de andere Gewesten mede onder eene éénhoofdige Regeering te brengén , terwijl deeze Géwesten zich met alle magt tegen Gelderland zotideu verzetten. Ook kon men Gelderlands aanbieding niet voor goedkeuren , zonder gelijïe aanbieding te doen > en zijne Hoogheid tot Graaf van Zeeland te verkiezen. Men behoorde , vooral, in agt te neemen , hoe dit werk bij den gemeenen man zou opgenomen worden; en ook, dat onder eene éénhoofdige Regeering den Koophandel dé rug ingereeden wordt , de Wisfèlbanlén hun geloof verlooren, en AtOost- enïVest° Indifche Maatfchappijen onveilig Ronden.' Desgelijks waren 'er groote zwaarigheden te voorzien in 't ftuk der opvolging ; want, fchoon de zaaken Onder het opperbewind zijner Hoogheid al wel gaan' mogten, hadt men nogthans te dugren , dat de Nazaa« ten, van eenen anderen inborst zijnde, 't Land in merkelijke ongelegenheden zouden kunnen ftórtén.

DS

(a) f zeejaar. Gefch. bl. fojü é'ecr. Refol. SM. III. D bi. 434VIII Deel. k.ÈI% O

WILLEM DE lil.

en van Zeeland?

Sluiten