Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 50?

fchillig oog zouden aanzien, dat hij een eertrap beklom, die aangemerkt kon worden ais de eerfte tot eene wijduitgeflrekte Oppermogecheid , vertrok na Atnhem, en wees de aangebodene Waardigheid van de hand. Doch het Erfftadhouder-, Capitein- en Admiraal - Generaalfchap , hem opgedraagen , aanvaardde hij terftond , en veranderde daarop de Repeering van het Gewest en der Steden in diervoege, dat het Stadhouderlijk gezag 'er meer klems kreeg dan voorheen (»)•

De wijze, op welke zijne Hoogheid te werk ging omtrent de drie geraadpleegde Gewesten , wijst genoegzaam uit, hoe hij zich met de hoope eener uitgeftrekter heerfchappije geflreeld hadt, van welke hij moest afzien, dewijl hij zich met de Opperheerschappij van Gelderland zou hebben moeten vergenoegen , die alleen kon flrekken om de agterdogt der andere Gewesten gaande te maaken. Ten zelfden dage, dat hij de aanbieding der Hooge Regeering van Gelderland hadt afgefiagen , gaf hij 'er kennis van aan de Staaten van Utrecht, hen teffens hartlijk bedankende voor de blijken van agting , hem in 't geeven van hunnen raad betoond, „ daar hij , met ', groot genoegen vernomen hadt , dat zijn voorflag

bij hen geen argwaan verwekt hadt, gelijk in an „ dere Gewesten , daar men hadt voorgegeeven. „ dat hij door den tegenwoordigen Oorlog niet dan

zijne eigene grootheid en vermeerdering van ge-

„ fcaj

(*) Tweejaarige Gefch. bl. 459 47°«

O * •

WlUEYE DE lUi

Hij bedanktvoor de aangebodene Op. perheericbappijin Ge/-. der land.

Hoe de Prins zich omtrenc de

laa.i gepleegdeGewesten gedraagt.

Sluiten