Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

okr NEDERLANDEN. 5«#

Naa het bedanken der Staaten voor hunne genomene moeite, verklaarde zijne Hoogheid, „ dat, „ onaangezien zijne poogingen altuos geftrekt hads, den , om den Staat te redden uit de rampen, „ waar in dezelven , zints vierentwintig jaaren, „ vervallen was, en bij deszelfs Vrijheid en Voor9, regten te bewaaren, hij , zelfs uit de Achifen van eenige Leden van Zeeland, met groote fmer? 3, te hadt vernomen, dat men andere gedagten van „ hem hadt, waar door ook in de Gemeente een „ argwaan verwekt was, als of hij 't op her verkrij„ gen van de Opperde Magt over de Landen toege„ legd hadt, en daar door op het wegneemen der „ Vrijheid, het verdrukken van den Koophandel in s, 't algemeen, het floopen der Indifche Maatfchap; pijen, het verzwakken van 't geloof der Wisfelbanken, en het vernietigen der Schuldbrieven, „ loopende ten laste van de Landen. Tot welke s, haatlijke en boosaariige vermoedens hij , zijn! „ weetens, nimmer eenige reden gegeeven hadt. „ Zij , die, voorheen, het bewind der regeeringf 9, in handen hadden, hadden hem willen uitfluitet „ van de Waardigheden , door zijne Voorouder! „ ten dienste van de Landen bekleed ; en , 't geer, „ ze hem daar van nog als eene gunst laaten wil „ den, derwijze bepaald, dat hij buiten ftaat geitel; „ was D 's Lauds oorbaar naar behooren te betrag „ ten. Men hadt hem de Voorregren, die altoo „ aan zijne bijzondere Goederen geiiegt geweest wa „ ren, gezogt te beneemen. Alles, wat tot kiek O 3 53 hei

WlLLÜÜ DE III.

's Prinfen antwoordaan Zeeland.

t t l

d

Sluiten