Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5r4

GESCHIEDENIS

Willem

de III. (

De Siaaten van Heiland verbieden te zeggen , dat de Prins na de Stuverainiteitftondt.

1

I 2

2 C

(

Wel verre van 's Prinfen ttoverfcbilligheid voor de tijtels van Hertog en Graaf'te erkennen, werden veelen bevestigd in het begrip, dat zijne onverfchilligheid niets dan gemaaktheid en veinzerij was , en hij door de aanbieding der Hooge Regeeringe in Gelderland zich den weg tot de Oppermagt hadt zoeken te baanen. De Staatsgezinder , verbitterd door de vinnige taal, op hen afgegeeven , lieten verluiden, Gelderland kan onmogelijk uit erkentlijkheid den Prins iets toegedaan hebben , dat men nooit, dan ioor dwang, iemand afitaat. Men tragt eene aan. Beding voor algemeen te doen doorgaan , die enkel loor oproerige Wargeesten en omgekogte Huurlingen doorgedrongen is. De flauwhartigften zijn overgehaald door vrees, de heerschzugtigen door groote /oorUitzigten , en de v/elgezinden door list , waar nede men hen heeft zoeken diets te maaken , dat zij liet in Raat zouden weezen, om de Hemmen der meligte te keer te ; aan. De Menfchen te willen be. luiden, dat dit alles zou gebeurd weezen zonder het 'oorweeten van den Prins van Oranje , is eene louere harsfenfehim. Zijne,afliangelingen hebben zijie bevelen uitgevoerd, en enkel op zijn bevel deeze itnwenteling te wege gebragt. Zijne weigering is een gevolg van zijne zedigheid : zij is eene noodaaklijkheid, hij heeft dit Oppergezag niet afgeweeen, dan naa dat hij gezien heeft uit de gefteldheid er gemoederen, die hij hadt doen toetzen , dat hij : zelve niet zou kunnen verkrijgen over de andere kwesten, en dat hij het zelfs over dit ééne niet

vre-

Sluiten