Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51* GESCHIEDENIS

Willem de lil.

„ te houden, volgens den rang, dien zij bekleedden, „ dan door zich te ontdoen van de oppermagt over „ hun Gewest ten voordeele van den Prins van Oranje. Daarenboven hr.dden veele Edelen voor zichzelven en hnnne Vrienden Krijgsampten op 't „ oog, en oordeelden, met het doen van zulk ee„ nen voorflag hun hof te zullen maaken bij zijne „ Hoogheid, van wien de begeeving dier Ampten „ afhing. Zeker hadden deeze overweegingen veel 3, deels in dit befluit. Doch ik kan niet zeggen of ,3 de Prins 'er zelve aanleiding toe gaf, of dat hij en „ zijne Vrienden het cnderfieunden. Ik laat zulks a, aan zijne plaats, en merk dit aan als een Padde„ ftoel, die in een oogenblik voortkomt, en in een oogenblik verdwijnt, zonder eenmerktekentelaa* ten van de plaats, welke dezelve bekleedde(*)."— 't Is zeer opmerkelijk, dat men noch in Gelderland, noch in eenig ander Gewest, naderhand gefproken heeft van de opdragt der hoogde Magt aan den Prins van Oranje. Ee'nigen willen, dat van Beuningen, toen aan 't Engelsen Hof in gezantfehap, de opdragt der hoogheid van Gelderland aan den Prins verneemende, zon gezegd hebben, dat de Vrijheid van „ den Staat in gevaar was, zo men geen haast maak„ te met het fluiten van den Vrede (f)."

TlENDS

(*) Temple Mem. p. 90 &c.

Ct) Samson Hifi. de Cuill. lil. Tom. III. p. 380.381,

Sluiten