Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 533

Ruiter fcheen daar mede nier,;verrijkt, dan om, in allerlei betrekkingen, zijn Vaderland alleen de voordeden daar van te doen genieten. Als Zeeheld en Vlootvoogd was hij ervaaren , dapper, tnverzaagd, bedaard van geest in 'f midden der gevaaren , en doorkneed zo wel in Krijgskunde als in Zeemanfchap. Hij was voorzigtig, jlandvastig , zorgvuldig , ijverig, vaardig en onvermoeid. Bij deeze groote voortreffelijkheid van den Zeeheid bleef hij niettemin altoos de beste en welmeenendjle Burger, die alles verrigtte enkel uit grootmoedige Vaderlandsliefde. Dij was gehoorzaam aan zijne Meesters , trouwhartig voor zijne Vrienden, gunstig aan verdiensten , edelmoedig in alle verrigtingen, en, wat de toeftand van 's Lands zaaken niet weinig vorderde , de Belangloosheid zelve. Dan nog uitmuntender waren in hem deeze grootfche Helden- en Burgerdeugden, omhaare zagtaartige gezellinnen , om zijne Menschlievenheid, Vredellevenheid , Nederigheid , Htuschheld. Langmoedigheid, Gemaatigdheid mlngetoogenheid, alle rustende op, en voortvloeiende uit zijne voorbeeldige en ongemeene Godsvrugt (*).

Naa het verfcheiden van deezen gtooten Man, fcheen de zege van de Vloot geweeken, en mer merkte duidelijk , hoe veel men aan 't verlies var dien éénen verlooren hadr. De Haan volgde hen

ii

(*) De Admiraal M. A. de Ruiter gefchetst in eene Redenvoering, uitgefprooksn in het Genootfchap Concordia 6' Lièertate, 1781.

iVlLtEM DE iii.

Nederlaag der BondgenootenI bij Falertno.

t

Sluiten