Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

548

GESCHIEDENIS

Willem be lil.

Krijgsbe* dr jven m Duitsch^ land en elders.

den, niet ter verdeediging gefchikt, zich, op 't gerugt der Franfchen, zouden onderwerpen. Dit gevaar, hoe groot en handtastlijk, fcheen Spanje zich weinig aantetrekken, vastftellende , dat Groot Brittanje en de Staaten de geheele vermeestering der Spaanfche Nederlanden door Frankrijk nooit zouden gedoogen.

De Hertog van Lotharingen, het Keizerlijk Leger aanvoerende, trok, in 't voorjaar, over den Rhijn, om Metz, en daar naa Lotharingen , te herwinnen. Crequi hieldt niet alleen op hem een waakend oog, maar 'er viel, in Zomermaand, tusfchen de beide Legers een fcherp gevegt voor. De Hertog van Lotharingen, na den Maaskant rukkende, om den Prins vim Oranje in 't beleg vm Charleroi teonderfteunen, belette Crequi hem het overtrekken dier Riviere, en fneedt hem gedimrig den toevoer af; zo dat hij, eindelijk, weder na den EJzas, en over den Rhijn, moest keeren. Hier toe werd de Hertog van Saxen» Eizenach ook genoodzaakt : en Crequi maakte, weinig dagen na een fchutgevegt tusfchen de Keizerfchen en de Franfchen bij Kokerberg , zich meester

van Fryburg (*). De SpaanjShen , onder den

Graave van Monterel, hielden het veld in een hevig gevegt tegen de Franfchen , onder den Hertog de Nav.ulles , aan den kant van het Pyreneesch Gebergte i doch het nadeel ter wederzijden was groot (f>

In

(') Holl. Merc. 1677. bl. 180 — i85. 440 — 343, (f; Zie aldaar, bl. 193 201.

Sluiten