Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5Ó2

GESCHIEDENIS

„ ten Hove, als ook in zijne jagtpartijen, en andeM re uitfpanningen, vergezellen konden ; enzuiken, „ die gefchikt waren om het Land te regeeren , en 3, in 't algemeen den naam hadden, niet flegts dat ,, zij goede Patriotten waren, maarook Luiden van

bekwaamheid en eerlijkheid, enzuiken, waarop 3, het Volk in 't gemeen zich gaarne verliet. Dat

hij geen van deeze Luiden behoefde te noemen, v alzo zij niet nalaaten konden bekend te zijn bij den ,, Prins ; want, zo hij ze al niet uit eigene opmer-

king kennen mogt, 'tgemeen gerugt zouhemzeg„ gen, wie zij in elke Stadwaren. Dat, eindelijk,. ,, zo de Prins hebben wilde, dat alles hier gemaklijk

en eendragtigging, hij, wanneer hij iets terStaats„ vergaderiiige voortefteilen hadt, eerst eenigen van ,, deeze Luiden uit de verfcheidene Steden ontbie-

den, en met detzen afzonderlijk fpreeken moest. „ Zo hij bevondr, dat zij omtrent zijn voorftel ee„ nerlei gevoelen hadden, mogt hij wel rekenen,,, dat de zaak zekerlijk gemaklijk in de Staatsverga. ,, dering zou doorgaan ; maar , zo zij vericbilden , „ moest hij ze andermaal ontbieden , en 'er geza,, menlijk met hen over fpreeken ; hun voorhouden„ de, dat hij bevondt, dat zij van verichülende be„ grippen waren, en dat hij daarom begeerde , dat ,, zij in zijne tegenwoordigheid eens met eikanderen s, fpraaken; hier uit zou, op de eene of de andere „ wijze, eene overeenkomst tusfchen hen ontdaan, „ even als door de over- enwederfpraakindeSiaatg. 3i vergaderingen altoos meer of min te w^ge gebragt

„ was:

Willem

DE III.

Sluiten